'Samen dragen we de rivier' van Maud van den Beuken voor het Merwedekanaal
Gepubliceerd op

Wat voor kunst komt er aan het Merwedekanaal? Na een maandenlang traject waarin er ruimte is gemaakt voor experiment, een kunstwerkgroep en een kunstopdracht, presenteerden de kunstenaars Maud van den Beuken, Suzette Bousema en Sheng-Wen Lo & Thijs de Zeeuw (werkzaam als duo) onlangs hun schetsontwerpen. Alle kunstenaars wisten op hun eigen manier het leven in en rondom het Merwedekanaal zichtbaar, voelbaar en tastbaar te maken. Ze introduceerden een wisseling van perspectief waarin er niet alleen óver het Merwedekanaal gesproken wordt, maar het kanaal als het ware ‘terugspreekt’ en de vorm van de kunstwerken mede bepaalt. De kunstenaars deelden hun artistieke ideeën en hadden ook nagedacht over de eventuele samenwerkingen met de lokale omgeving en de risico’s voor het plaatsen van kunst in de openbare ruimte. Welk kunstwerk het uiteindelijk gaat worden is nog niet bekend en deze keuze ligt bij de kunstwerkgroep. Dit maakt het extra bijzonder dat Gemene Grond al wel de stille kracht van de verschillende schetsontwerpen kan delen. Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat de schetsvoorstellen ideeën zijn en dat er in de nadere uitwerking nog veranderingen kunnen worden doorgevoerd.
Schetsontwerp ‘Samen dragen we de rivier’ van Maud van den Beuken
Maud vroeg zich af hoe je een nieuwe en een oude buurt aan elkaar verbindt via het water als gemeengoed. Ze vond haar antwoord op de bodem van het Merwedekanaal, dat is gegraven en aangelegd door ‘polderjongens’ tussen 1880 – 1893. De polderjongens van het Merwedekanaal waren werkkrachten die uit heel Nederland werden aangenomen voor het aanleggen en uitgraven van het kanaal.1 Gefascineerd door het rivierbed en collectieve maakprocessen maakte Maud al eerder werken zoals ‘We Carry The River’ (2025) waarin lokale gemeenschappen met gebaggerde sediment uit de Nieuwe Maas door Rotterdam liepen. Al lopende en tillende met ‘zakken’ rivierslib, droegen de deelnemers gezamenlijk de rivier.
Tijdens de openingsdag van de toekomstige bruggen aan het Merwedekanaal, stelt de kunstenaar zich een soortgelijke ervaring voor. Samen met bewoners uit de nieuwe wijk Merwede en bewoners van de bestaande Rivierenwijk wil ze de bodem van Merwede opmeten door ‘handloden’ te kleien en deze vervolgens aan een geknoopt touw met het water in te laten zakken. Hierdoor zal er een lijn ontstaan die het reliëf van de bodem van het Merwedekanaal weergeeft. De meting wordt vertaald naar een 35 meter lange roestvrijstalen buis die de vorm van de bodem van het kanaal laat zien. Deze wordt op een later moment met buurtbewoners van de ene kant naar de andere kant van het Merwedekanaal gedragen. Aan beide zijden van het kanaal staan houders waarop de vorm kan rusten als een sculptuur op de oevers van het Merwedekanaal. Samen met de bewoners bepaalt Maud een ritme waarop de sculptuur van kant wisselt.
Een deel van de eerder gemaakte handloden zullen in de sculptuur verwerkt zijn als een ‘vergrendeling’ en de andere helft blijft bij de buurtbewoners, benoemd tot ‘Merwede-kanaal Bewaarders’, als een sleutel om het werk te kunnen openen. Met dit ontwerp benadrukt Maud gemeenschapszin en haalt ze de bodem onder ons letterlijk boven water. Ze zegt, “De lichamelijke verbinding die 'de polderjongens' ooit samen ervaarden bij het handmatig uitgraven van het kanaal, ervaren de huidige bewoners opnieuw. Het Merwedekanaal wordt weer collectief en fysiek ervaren bij het dragen van de waterweg."